Home » Actueel » Blog: Help, mijn kind heeft ADHR

Blog: Help, mijn kind heeft ADHR

Waarschuwing: dit blog bevat weerzinwekkend schokkende (voor)beelden.

Door Jelte van der Kooi

Of we even op school willen komen. Omdat ‘ze’ denken dat er wat aan de hand is met hem.

Daar zitten we dan en krijgen te horen dat ‘ze’ een sterk vermoeden hebben van ADHR. En of we de symptomen herkennen. Dan volgt een opsomming.
Dat hij ‘soms zo passief afwacht.’ Dat hij ‘traag is met het bij elkaar zoeken van zijn spullen.’ Dat hij ‘zo secundair reageert op de meest simpele vragen.’ Dat hij ‘zoveel in zijn hoofd lijkt te zitten.’ Dat hij ‘wel heel erg kalm is.’ Dat er ‘zo weinig emotie van zijn gezicht is af te lezen.’ Dat hij ‘zich terugtrekt uit communicatie.’ Dat ‘zijn schriftelijk werk niet altijd even goed te lezen is.’ Dat ‘zijn tekeningen meer lijken op stripverhalen dan dat hij voldoet aan de opdracht.’ Dat ‘zijn ogen wegdraaien naar rechtsboven.’ Dat ‘het wel verschrikkelijk lastig moet zijn om zo’n kind de hele dag om je heen te hebben.’ Dat ‘we niet weten hoe we hem aan het werk krijgen.’ Dat ‘hij vlucht uit de klas’ en ‘we hem dan kwijt zijn.’
De intern begeleider had, tijdens de opsomming, een frons op haar gezicht en haar ogen puilden gitzwart uit haar oogkassen. De juf knikte bij elk nieuw feit en liet de denkrimpels in haar voorhoofd dieper en dieper worden.
Of we het herkenden, zei ze.

We keken elkaar aan en lachten.

‘Ja’, zeiden we opgewekt. We zien alles wat jullie zeggen ook. Van a tot z. Geweldig kind he!’ zeiden we ook nog.
De intern begeleider en zijn juf waren van slag, totaal uit het lood geslagen door onze reactie en dapper waagde de intern begeleider een nieuwe poging.
‘We dachten aan ADHR,’ liet ze zich ontvallen. ‘Het goede nieuws is’, zo zei ze er veel te snel achteraan om maar zo snel mogelijk over het slechte nieuws heen te praten en stak een vinger op ‘dat er wat aan te doen is.’ Zonder te wachten op ons stak ze van wal. ‘Er moet wel wat met hem aan de hand zijn. Hij is zo kalm en reflectief en bij tijden hemeltergend passief. De zorgverzekering vergoedt het middel dat ze tegenwoordig toedienen aan kinderen met ADHR. Je kent het vast wel. Het is in elke supermarkt verkrijgbaar. Van die drankjes zijn het. Die energiedrankjes. Als jullie nu in plaats van vruchtensap een blikje in zijn fruittas stoppen en bij het ontbijt en tussen de middag hem ook een toedienen dan komt het, zo denken de geleerden, vast wel goed.’

We knikten sprakeloos.

Ons kind ADHR… dat hadden we nooit verwacht. We keken elkaar aan en nodigden elkaar uit om het woord te nemen. Non-verbaal besloten we dat ik het woord mocht nemen.
‘Hebben jullie weleens gehoord van een paradigma shift?’ probeerde ik. ‘De definitie van een paradigma shift is dat het “een totaal ander beeld van de werkelijkheid is”.
Wat wij zien is een geweldige jongen. Hij is kalm, reflectief en fantasierijk. Hij wil graag dat je hem vertelt wat je van hem verwacht en hij vindt alleen werken fijn.
Wij zien dat hij gerichte opdrachten, het liefst niet te gecompliceerd, nodig heeft. Dat hij van buitenaf gemotiveerd moet worden. En wanneer je dat doet heb je een jongen die met zijn fantasie de wereld gaat verbeteren. Een jongen die kan verbinden en tijd nodig heeft tussen het moment dat je een vraag stelt en het moment dat hij antwoord geeft. Help hem met het maken van een lijst met actiepunten en streep met hem af wanneer hij iets af heeft. Gebruik directe communicatie en je ziet als gevolg daarvan hoe goed hij in staat is om aangeleerde vaardigheden toe te passen.
En die jongen, met al zijn geweldige kwaliteiten zou, als het aan jullie en de geleerden ligt, volgestopt worden met BrownBoel, een medicijn waarvan de effecten op lange termijn nog niet bekend zijn?’

Het was stil aan de andere kant van de tafel. Ook aan onze kant trouwens. We beseffen dat er na vandaag meer gesprekken gaan volgen. Dat vinden we geen probleem zolang we maar duidelijk mogen maken hoe geweldig onze zoon is, met of zonder ADHR.

Naschrift

ADHR (Alle Dagen Heel Rustig) bestaat niet. Onze zoon heeft veel energie in zijn ‘dromer’ persoonlijkheidstype. Ik kan me voorstellen dat er leerkrachten zijn die het soms lastig vinden om hem ‘tot leren te krijgen.’ Maar wees gerust. Hij zit lekker in zijn vel. Hij wil graag alleen zijn en is absoluut niet eenzaam…
Er zijn ouders genoeg die gesprekken zoals hierboven beschreven ‘moeten ondergaan.’
De uitdaging zit erin om deze gesprekken tot een minimum te beperken. Dat kan. Ik ben ervan overtuigd. En ik weet hoe. Wil jij dat ook weten, neem dan contact met me op.