Home » Actueel » 'The Battle' - stress in de klas, ga je knock-out?

'The Battle' - stress in de klas, ga je knock-out?

beeld bokshandschoenen blog Jelte

Wanneer ik observeer in het lokaal van juf Henrieke kijk ik eigenlijk naar een wedstrijd. Een soort van competitie waarbij juf Henrieke en Ramon, waar iedereen bij is, proberen te winnen. Een lokaal waar de stress voelbaar is en er geen winnaars zijn.

De eerste ronde.
Juf Henrieke vertelt de kinderen in het lokaal dat ze weten wat ze moeten doen. Ze geeft aan dat ze verwacht dat de kinderen binnen tien tellen stil aan het werk zijn.
Een klasgenoot van Ramon is daartoe niet in staat en krijgt te horen dat hij als strafmaatregel in de pauze binnen moet zitten. Ramon ziet hoe de juf vlak voor zijn tafel komt staan. Ze zegt niets, heeft haar armen over elkaar en staat starend over de hoofden van de kinderen. Ramon zit onder haar en kijkt naar boven. Hij pakt zijn pen, trekt zijn broek, waarvan de oranje onderbroek (met de letters HUP HOLLAND HUP) voor een groot deel is te zien, op.
Hij zucht diep. Een zucht waarbij het aantal decibellen hoog is en zeker achterin de klas te horen moet zijn. Juf kijkt vanuit haar positie strak en schuin naar beneden.
‘Gossiepietje,’ zegt Ramon. Juf verandert niets aan haar houding, blijft de groep overzien in een poging de rust en stilte zo lang mogelijk in stand te houden.
‘Ik zeg niets,’ zegt Ramon, gevolgd door ‘altijd dezelfde.' Juf Henrieke kijkt stuurs, zonder emotie op haar gezicht. Uit het niets komt ze met een mededeling: ‘Ik weet waar jij zit morgen.’
Ik kan niet duiden wat ze hier mee bedoelt maar het lokt een nieuwe zucht uit bij Ramon. 
Wanneer Ramon lekker in zijn vel zit en vol positieve energie zit terwijl communicatie “okay” is dan zoekt hij speels contact, is spontaan en creatief. Nu is het speelse contact, door de in zijn ogen starre stressvolle houding van juf Henrieke (star, emotieloos, de neiging terug te trekken uit de situatie) niet mogelijk. Toch heeft hij het nodig en zoekt het op. ‘Wat doe ik nu weer?’ vraagt hij uitdagend. Juf Henrieke komt met een klassieke opmerking: ‘Deed je maar eens wat.’ In een poging een grapje te maken gaat ze er aan voorbij dat het grapje niet in samenspraak is met haar lichaamshouding. Ramon ziet er de humor niet van in omdat hij denkt dat ze heel serieus is en hem aanspreekt op zijn verantwoordelijkheidsgevoel. Ze voegt eraan toe: ‘Ga maar op de gang.’ Ramon zoekt uitgebreid en met veel misbaar zijn spullen bij elkaar, zucht, hijst zijn broek op, kijkt om zich heen en sjokt door het lokaal terwijl juf als een standbeeld blijft staan en op geen enkele manier in beweging komt.

Einde van ronde 1. Juf Henrieke lijkt aan de winnende hand.

Juf Henrieke heeft haar kwaliteiten. Dat weet ik. Ik heb ze gezien toen ik haar vorig jaar observeerde. In een andere groep, met een andere groepsdynamiek en met minder kinderen waarvan ze het gedrag minder makkelijk kon herkennen, erkennen en duiden. Juf Henrieke herkent zich voor een groot deel in deze omschrijving:

  • Je bent kalm, hebt een sterke verbeeldingskracht en het vermogen om te reflecteren.
  • In je communicatie neem je niet snel als eerste het initiatief. Als anderen iets van je willen, wil je graag dat ze dat op een directe manier aan je vragen. Je neemt je tijd en geeft een kort en krachtig antwoord.
  • Je waardeert het als anderen het belang van je woorden goed afwegen. Je hebt behoefte aan tijd en ruimte om te reflecteren en voor introspectie.
  • Anderen waarderen je om de kalmte waarmee je, hoe ernstig een situatie ook is, heel rustig de verschillende hypotheses of mogelijke oplossingen kunt analyseren, je vermogen om de dingen in het grotere geheel van de mensheid en de wereld om ons heen te bekijken, en je verbeeldingskracht.
     

Ramon (11 jaar) heeft, zo weet de juf en zo herkennen zijn ouders, hele andere kwaliteiten. Hij (en vooral zijn ouders) herkennen veel van wat hier beschreven staat:

  • Je bent spontaan en creatief.
  • In je communicatie houd je van grapjes en speels contact. Je bent energiek en laat dit met je lichaamstaal zien. Je reageert op situaties vaak in eerste instantie met ‘leuk’ of ‘niet leuk’. Dit zijn ook woorden die je veel gebruikt.
  • Je houdt van afwisseling, humor en ‘gave’ dingen.
  • Anderen waarderen je om je energie om van iets saais nog iets leuks te maken, om je creativiteit om tot niet alledaagse oplossingen te komen en je spontaniteit en enthousiasme voor anderen.

Ronde 2.
Het begin van ronde twee laat zien dat juf Henrieke op dezelfde, centrale, plek staat.
Ramon is deels uit beeld. Hij zit op de gang, bij een werkblad waar ook een computer staat.
Na drie minuten gaat de deur open en stapt Ramon met een been het lokaal in. In zijn rechterhand heeft hij een papieren zakdoekje en tussen duim en wijsvinger een verrotte banaan. Hij houdt hem omhoog met gefronste wenkbrauwen, en een rubberen gezicht dat allerlei grimassen maakt. Juf Henrieke schudt het hoofd en Ramon druipt, met een twinkeling in zijn ogen, af.
Niet veel later zie ik Ramon met dezelfde verrotte banaan naar het lokaal naast zijn lokaal gaan.
Het feit dat een kind uit beeld is betekent niet dat zijn gedrag verandert…

Einde van ronde 2. Ramon is teruggekomen uit verslagen positie en komt op gelijke hoogte met juf Henrieke.

Het begin van ronde drie.
Ramon komt aan het begin van ronde drie wederom de klas binnen. Beschuldigend zegt hij:
‘Juf, Henk staat de hele tijd bij mij te klooien op de computer.’
Juf Henrieke staat met de rug in de touwen, reageert niet waarop Ramon wederom afdruipt. Er is geen speels contact (dat wat Ramon zó hard nodig heeft) waardoor we waarschuwingssignalen zien. Juf en Ramon zijn totaal niet in staat elkaar te bereiken. In de waarschuwingssignalen van Ramon zie je beschuldigingen, bij juf Henrieke is de neiging tot terugtrekken een waarschuwingssignaal dat ze niet content is met de ontstane situatie en dat ze zich niet welkom voelt. Wanneer Ramon zijn werk af heeft komt hij met zijn spullen de klas in. Hij loopt langs verschillende tafels, gaat even buurten zonder wat te zeggen, zoekt contact, gooit met een nonchalant gebaar zijn schrift op tafel, gaat pontificaal voor juf staan, die nog steeds op dezelfde plek staat, en vraagt: ‘Juf, wat moet ik nu doen?’
Juf kijkt hem aan en wijst naar een extra opdracht.
‘Lukt dat in de klas? Kijk mij eens aan!’
Ramon zucht, haalt zijn schouders op en grimast.
‘Als het niet lukt ga je maar uit de klas.’
En daar ging Ramon. De klas uit. Knock out.
En daar stond juf Henrieke. Knock out.

Geen winnaars, alleen verliezers.

 

Nawoord:
De zinnen die ik hierboven noteerde zijn letterlijk de zinnen die zijn gezegd.
Ik weet niet met welke gedachte, mening of gevoel u dit leest. “Battles” zoals deze kom ik op veel plekken, in meer of mindere heftigheid, tegen. Ook u zult ze (als kind of als leerkracht, als ouder) hebben meegemaakt. Toch? Stressvolle situaties die niet zelden eindigen in ‘negeren’; ‘beschuldigingen’; ‘aanvallen’; ‘vluchten.’

De vraag is: Had dit ‘gevecht’ voorkomen kunnen worden?
Het antwoord: ja.

Om vijf voor twaalf, aan het eind van de les, stel ik me hernieuwd voor aan de klas. Ik vertel wie ik ben en wat ik doe: ervoor zorgen dat juffen en meesters nog beter elk kind kunnen bereiken. Dat het leuker wordt in klassen en dat er plezier is… meer energie… dat er tijd is voor werken en ontspannen, voor spanning, actie, tijd om te reflecteren en alleen te zijn, tijd voor het delen van feiten, data en meningen…
Ramon geinde er aanvankelijk spontaan tussen door met woorden en nonverbaal ‘spring in het veld’ gedrag: speels contact. Ik kaatst zijn gedrag precies terug: we hadden op een speelse, dollende manier contact. Hij glimlacht, ik sprankel. De rest van de klas gaat er niet in mee, het is ons contact, telkens een paar seconden, bijna onzichtbaar maar voor Ramon heel belangrijk. Ik ga verder met mijn verhaal. Ramon zoekt weer het contact en weer ga ik er heel kort op een nonverbale spring bling twinkel manier op in.
Ik kan niet omschrijven wat ik precies doe. Dat is ook niet met woorden te vatten. Het is te begrijpen als je het ziet. Juf Henrieke ziet het en vertelt ’s middags aan haar twintig collega’s wat ze had gezien en hoe Ramon op een positieve manier energie kreeg. Ze vertelde er ook bij dat zij zelf dat wat ik deed heel moeilijk vind om te doen.
‘Tegennatuurlijk’ zei ik. ‘Je hoeft het niet te doen,’ vervolgde ik. ‘Wanneer je geen speels contact hebt dan weet je dus wat er gebeurt: rotte bananen, zuchten en op de gang werken. Belangrijkste is dat je beseft dat je een jongen zoals Ramon de gelegenheid moet bieden om speels contact aan te gaan.’ De eenentwintig leerkrachten knikten.
‘Moet ik dan de hele dag met hem ‘spelen?’, Jelte?’ Ik schud mijn hoofd en kijk juf Henrieke aan.
Juf Henrieke denkt na, reflecteert. ‘Hoe dan?’ vraagt ze.
Ik geef aan dat je kinderen zoals Ramon de gelegenheid tot speels contact moet bieden. Ramon kan zijn gedrag (in disstress) niet aanpassen aan de juf. Juf Henrieke is de enige die Ramon kan uitnodigen om uit de distress te komen. Door zo nu en dan interventies te plegen die heel ver afstaan van waar zij goed in is, door bijna ‘tegennatuurlijk’ te handelen. Ze gaat aan de slag met het bedenken van interventies en krijgt hulp van de juf die zelf veel van de energie heeft die Ramon laat zien en Ramon al in de klas had.

Het positieve: Juf Henrieke is er mee aan de slag gegaan. Het werkte en het lukte haar om langzaam maar zeker een beter contact met Ramon te krijgen. Ze zag het aan mijn contact met Ramon. Ze benoemde dat ze dát contact ook graag met hem zou willen. Ze wil meer energie. Veel meer energie! Dat kreeg ze door Ramon in zijn kracht te zetten en te focussen op dat waar hij goed in was: speelsheid, creativiteit en humor.

Ging het altijd en elke dag goed? Nee. Het was een proces. Maar gevechten zoals boven beschreven hebben ze niet meer gehad.

 

Het kader: het Process Communication Model®:
Ik observeer in klassen aan de hand van het Process Communication Model® dat het makkelijk maakt om:

  • je eigen gedrag te observeren en te begrijpen
  • het gedrag van anderen te begrijpen en te weten hoe je effectief met hen kunt communiceren
  • conflicten en miscommunicatie te analyseren, op te lossen en om te buigen naar effectieve communicatie

Voorspelbaarheid stressgedrag in de klas en daarbuiten
Het Process Communication Model® is een krachtige voorspeller van stressgedrag. Iedereen reageert anders op stress. Dit stressgedrag is voorspelbaar en PCM biedt met concrete handvatten om gerichte en waardevolle interventies te doen in de samenwerking met anderen en bij jezelf. Het resultaat is prettiger en succesvoller communiceren en samenwerken.


De opbrengst:

  • Een lokaal vol hardwerkende kinderen
  • Kinderen die op een positieve manier met elkaar omgaan
  • De leerkracht die weet waar het gedrag van elk kind zijn oorsprong heeft.
  • De leerkracht die weet hoe hij elk kind op de beste manier kan benaderen, kan bereiken en kan stimuleren
  • De leerkracht die ziet wanneer een kind in distress raakt en het kind daaruit kan halen.
  • Communicatie afstemmen op behoefte individuele leerling
  • Leerrendement verhogen
  • Plezier in leren en ontwikkelen vergroten
  • Agressie en ineffectief gedrag in de klas verminderen
  • Stress verminderen (bij kind en leerkracht)

Jelte van der Kooi  heeft 30 jaar ervaring in het onderwijs en geeft workshops en trainingen om ieder kind in de klas te bereiken.
Hij neemt je mee met herkenbare voorbeelden uit de onderwijspraktijk, geeft je eye-openers en laat je concreet aan de slag gaan met je eigen klas en/ of de kinderen van je school.

Speciaal voor de week van de werkstress: doe mee met Jeltes; workshop 'maak contact met ieder kind' op 21 november 2016 of schrijf je in voor een van de Process Communication workshops bij jou in de buurt!

www.ziez-onderwijs.nl